Verzadigd en onverzadigd vet
Weinig verzadigd vet
‘Minder verzadigd vet’ is een van de regels in de Schijf van Vijf. Wat betekent dit precies?
Vet bestaat altijd uit een mengsel van verzadigd en onverzadigd vet. Verzadigd vet verhoogt het cholesterolgehalte in het bloed. Dit vergroot de kans op hart- en vaatziekten. Onverzadigd vet verlaagt juist het cholesterolgehalte. Met het oog op de gezondheid van uw gasten kunt u daarom het beste producten gebruiken met zo min mogelijk verzadigd vet. Een handig ezelsbruggetje hiervoor is ‘verzadigd vet = verkeerd’, ‘onverzadigd vet = oké’.
Liever vloeibaar of zacht vet
Vetten met veel verzadigd vet zijn makkelijk te herkennen. Ze zijn hard buiten de koelkast. Denk aan harde margarine, roomboter en hard frituurvet uit een wikkel. Dat geldt ook als het gaat om harde plantaardige margarine. Kies liever voor vloeibare of zachte vetten, zoals vloeibare bak- en braadproducten en olie en margarine uit een kuipje.
Verborgen vet is vaak verzadigd
Aan veel producten is niet te zien dat er veel vet in zit. Het vet zit erin ‘verborgen’. Meestal gaat het daarbij om verzadigd, dus ‘verkeerd’ vet. Denk bijvoorbeeld aan vet vlees (zoals hamburgers en worst), volle zuivel en volvette kaas, koekjes, gebak, snacks en zoutjes.
Met de Caloriechecker voor de horeca kunt u nagaan hoeveel verzadigd vet en vet producten bevatten. Ook geeft de Caloriechecker alternatieven voor producten met veel verborgen vet. Verder kunt u bij het Voedingscentrum gratis de Vetwijzer bestellen. Deze geeft een overzicht van producten met veel en juist weinig verzadigd vet.
Hoeveel verzadigd vet maximaal?
Eten bevat altijd wel wat verzadigd vet. Gezond eten betekent daarom: zo min mogelijk verzadigd vet. Voor de gemiddelde volwassen man geldt maximaal 28 gram en voor vrouwen maximaal 22 gram verzadigd vet per dag.
De totale hoeveelheid vet in eten mag bij mannen maximaal 110 gram vet per dag zijn. Bij vrouwen is dat maximaal 90 gram.
